Vrijheid door de ogen van Massar

‘Wat vrijheid voor mij betekent is een paar keer veranderd. Voor Syriërs onder Assad, betekende vrijheid dat je niet in de gevangenis zat. Meer vrijheid kenden wij niet. Toen ik tien jaar was en de vader van Assad overleed, werd de wet veranderd, zodat zijn zoon aan de macht kwam. Ik vroeg mijn ouders, we zijn toch geen koninkrijk, waarom stemmen de mensen dan? Ze zeiden: je moet deze vragen vergeten, het is te gevaarlijk. Stel ze nergens, ook niet op school. De muren hebben oren, vertrouw niemand die je niet kent. Zo groeide ik op.
Op mijn achttiende ging ik studeren en in 2011 begon de revolutie, met grote demonstraties in de avonduren, vanuit de studentenbeweging. Het waren momenten van vrijheid die we zelden mochten ervaren. We zongen niet om plezier te hebben, maar om onze stem te laten horen: We willen vrijheid, we willen verandering en we accepteren Assad niet meer als onze leider. Het was een krachtige uiting van onze gedachten en gevoelens, iets wat ons nooit eerder was toegestaan. Een manier om onszelf te laten horen in een tijd waarin zwijgen vaak de enige optie leek.
Het was geweldloos, we hadden bloemen voor de militairen. De eerste paar keer ging het goed. Maar al na enkele dagen was de protestbeweging enorm gegroeid en kwam op televisie. Assad pikte het niet meer en de militairen begonnen te schieten en arresteerden heel veel mensen. Ik heb veel meegemaakt in die dagen. Het werd ongeveer zelfmoord om nog langer door te demonstreren. Vanaf dat moment was mijn idee van vrijheid: Pas als dit regime valt, kunnen we vrij zijn.
Nadat ik mijn studie had afgemaakt, moest ik in militaire dienst, voor het leger van Assad. Dat wilde ik niet, dan zou ik misschien mijn eigen vrienden moeten neerschieten. Ik had één dag de tijd om te vluchten. Na een lange reis kwam ik terecht in Nederland. De eerste dag in Ter Apel meldde ik mij bij de receptie, waar ook politie zit. Mijn relatie met politie was gebaseerd op angst. Ik was verbaasd hoe ‘gewoon’ ze waren, dat ze er waren om ons te helpen. In het begin durfde ik niets over mezelf te vertellen, tegen niemand. Maar ik ben er nu aan gewend dat ik mijn stem kan laten horen als ik het ergens niet mee eens ben.
Na twaalf jaar Nederland betekent vrijheid weer wat anders voor mij. Ik ga met allerlei mensen om, maar weet vaak niet eens of ze gelovig zijn of niet. Dat vind ik heel mooi, dat je niet wordt beoordeeld op je religie.
Eerder moest ik altijd nadenken voordat ik iets zei, ik kon er niets zomaar uitflappen. Die controle is niet meer nodig. Ik zeg alles wat ik wil, behalve als ik daar iemand pijn mee doe, maar dat is een keuze. Ik voel mij nu vrij, onbeperkt.’